Hallelu-JaH - alle eer aan JaHUaH
  

Bashan - het huis dat uitpuilt van nageslacht

wat doen we met rijkdom die JaHUaH ons geeft

André H. Roosma
20 okt. 2016

Bashan - בָּשָׁן in het Hebreeuws - is de oude naam van een landstreek en mogelijk van een runder­ras, die enkele keren in de Bijbel voorkomt (o.a. in Deut.32:14; en in de Messiaanse Psalm 22). Als land­streek was het onderdeel van Gil’ad, de huidige Golan.
De oorspronkelijke inwoners waren zelf­ingenomen en erg lang (als illustratie hiervan zegt Deut 3:11 dat het ijzeren bed van de koning ongeveer 4.05 x 1.80 m mat). Nog vóór de verovering van het beloofde land kwamen ze zonder reden het volk Isra’el vijandig tegemoet, werden ze verslagen (Deut 3:3) en werd dit mooie en zeer vruchtbare gebied ten oosten van de Jordaan aan de halve stam Manassse gegeven.

Het woordenboek geeft als betekenis van Bashan: vruchtbaar. Dit sluit geheel aan bij de oude betekenis die we terugvinden in de oude West-Semitische symbolen1 waarmee Bashan oorspron­kelijk werd geschreven: baitu: tent/huis shad: borsten, bron nun: zaad : huis dat uitpuilt van zaad - graan of nageslacht.

Met vruchtbaarheid en uitpuilende rijkdom kunnen we twee kanten op; we hebben een keuze tussen twee richtingen: we kunnen het zelfgenoegzaam voor onszelf houden, of er dankbaar voor zijn en er rijkelijk en barmhartig van uitdelen. Dat zien we ook bij het woord Bashan.
Hierboven refereerde ik al even naar Deut.32:14. Deze tekst is onderdeel van de afscheidsrede van Mosheh (Mozes; zie Deut. 31:24 - 32:47), waarin hij Isra’el waarschuwt om God JaHUaH niet te verla­ten, al weet hij dat ze dat wél zullen doen. God zal hen buitengewoon zegenen, zegt hij, in alle opzichten. Vee dat in Bashan weidt, en dus zeer weldoorvoed is, is een van de voorbeelden die hij noemt van hetgeen waarmee God hen zo rijkelijk zal zegenen. Toch, zegt hij, zal er een tijd komen dat Isra’el God verlaat en eigenwijs andere goden dient, die nooit iets voor hen gedaan hebben! Intens triest!

Amos wordt door God als profeet gebruikt bij de noordelijke Israëlieten, rond 760 voor Christus, toen ze inderdaad zo afgeweken waren zoals Mosheh al voorspeld had. In Amos 4:1 lezen we deze waarschuwing aan het adres van zelfgenoegzame mensen in Samaria:

Hoort dit woord, jullie koeien [vaarsen] van Bashan, jullie die op de berg van Shomron [= Samaria] zijn, die de armen verdrukken, die de behoeftigen verpletteren; jullie, die tot jullie echtgenoten zeggen: Breng binnen, opdat wij drinken.

Uit de context2 leren we dat hier niet alleen tegen vrouwen gesproken werd, maar tegen alle inwoners van noord Isra’el, die niet meer luisterden naar God JaHUaH en zich niet meer om de armen en behoeftigen bekommerden. (In de relatie met JaHUaH is iedereen vrouwelijk – denk ook aan de metafoor van Isra’el als Zijn bruid.) De koeien van Bashan waren lui; ze hoefden weinig te lopen om voldoende groen gras in overvloed te vinden; daarom worden ze hier als negatief voorbeeld gesteld. Het woord dat ik hier met jullie echtgenoten heb vertaald is het woord ’adonei-hem: bezittelijk meervoud van ’adon: heer of echt­genoot (het achtervoegsel hem betekent van jullie). Voorzien van iets andere klinkers is de basis hiervan, ’adonei, ook te lezen als ’Adonai: mijn Heer.3 Dit is het woord wat het rabbijnse jodendom prefereert te gebruiken als aanspreektitel voor God JaHUaH. Dit maakt de laatste zin in deze tekst nu extra wrang omdat de mens als vrouwelijke echtgenote hier God lijkt te commanderen om de mens te bedienen, in plaats van dat de mens zich door God laat gezeggen en Hem dient!

In Psalm 22 is sprake van ‘buffels van Bashan’. Het woord dat de meeste vertalingen hier met ‘buffels’ vertalen, is het Hebreeuwse woord ’abbiri, dat inderdaad buffels of oer-ossen kan bete­kenen, maar ook gebruikt wordt voor God de Vader Zelf, of voor menselijke machthebbers, in het bijzonder machthebbers die halsstarrig zijn en zich eigenwijs groot voordoen. In de profetische betekenis van deze Psalm staan de ’abbiri van Bashan voor de halsstarrige en zelfingenomen farizeeën die met hulp van de Romeinen in feite ook God naar hun eigen hand wilden zetten en zodoende Jezus kwaadaardig omringden om Hem uit de weg te ruimen. Ze zetten hun rijkdom en macht niet dankbaar in om goed te doen, maar gebruikten die om zich tegen God te verzetten en andere mensen te onderdrukken.

De waarschuwing die God via Mosheh en via Psalm 22 aan alle Israëlieten gaf en via Amos aan de noordelijke stammen, geldt ook voor ons, die het hier zo goed hebben!
Het is belangrijk, dat we ons realiseren dat we onze rijkdom – materieel en geestelijk – in genade van God verkregen hebben. Dat ons te realiseren, zal ons helpen, niet zelfgenoegzaam of eigenwijs te worden of God naar onze hand te willen zetten, maar dankbaar te zijn jegens de gulle Gever, en er ook weer vrijelijk en met een barmhartig hart van uit te delen aan onze medemens.

Hallelu JaH !


Noten

1 Meer informatie over het hier bedoelde vroeg-Bijbelse schrift in: André H. Roosma, ‘De geschreven taal van Abraham, Mozes en David – Pictografische wortels en basisnoties in de structuur van het vroeg-Bijbelse schrift.pdf document, Hallelu-JaH! werkdocument, januari 2011.
2 En niet alleen uit de context; het gebruikte woord voor koeien of vaarsen is een vrouwelijk meervoud, maar de stam hiervan is de var - een jonge stier, Hebreeuws: phar. Hiervan is de vrouwelijke vorm: pharah - vaars afgeleid. Dit woord pharah als zodanig komt in de Bijbel alleen voor als offerdier. Dit doet me denken aan wat Paulus ons aangeeft in Rom. 11:33 - 12:2. Dat geldt voor ons allen, en behoedt ons zeker tegen zelfingenomenheid.
3 Volgens sommigen is de i aan het eind van ’Adonai hier niet de i van de eerste persoon bezittelijke vorm, mijn Heer, maar de i van de (majesteits)meervoudsvorm, dus letterlijker vertaald: Heren. Hoe het ook zei, in beide gevallen vind ik het kale Heer als vertaling van ’Adonai maar een slap aftreksel...
Het in de tekst gebruikte ’Adoni, door mij vertaald als echtgenoten, werd door buurvolken van Isra’el - m.n. de Feniciërs - ook als aanspreektitel gebruikt voor de oude Mesopotamische afgod Tammuz - een afgod van vruchtbaarheid en de vermeende cyclus van sterven en (her)leven. Dit ’Adoni is zodoende ook de basis van de Griekse naam van deze afgod: Adonis. De tekst roep dus ook de associatie op dat de Israëlieten deze afgod aanriepen om hen te bedienen, in plaats van zelf JaHUaH te dienen.

Toegift: een leuke Chinese link

Toen ik even op Internet zocht naar meer informatie over Bashan, kwam ik nog iets opmerkelijks tegen. Er is in China een runder­ras met de naam Bashan, in het Chinees: 巴山牛 - letterlijk: rund van het Ba gebergte (in oost Sichuan, een vruchtbaar vierstromenland in het hart van China, langs de Yangzi rivier; Ba is ook de naam van een oud koninkrijk daar, rond de 8e tot 3e eeuw voor Christus, dus van vóór de tijd van het rijk waaraan China haar naam dankt: de Qin (Shin) dynastie)! Hiernaast ziet u een afbeelding van de stier en de koe ervan. Ze zijn weliswaar iets kleiner dan ons Friese stamboekvee, maar uit een inventarisatie van de 52 voornaamste runder­rassen in China blijkt dat het Bashan rund een van de vruchtbaarste van alle oude runderrassen daar is. Opmerkelijk!


Reacties

naam: *
e-mail: * (wordt niet openbaar gemaakt)
website: (optioneel)
reactie:
Ik wil graag dat mijn reactie hier wel / niet opgenomen wordt.
* = verplicht veld


 
home  home ,  nieuws index  ,  artikelen index

  
bloemdecoratie 

Bedankt voor uw belangstelling!

bloemdecoratie