Een korte noot
André H. Roosma
24 januari 2012 (Engels: 16 jan. 2012)
We noteren wat af, tegenwoordig.
Op een kladbriefje, elektronisch, of op welke wijze dan ook.
Wist u dat het woord ‘noot’
– naar men zegt bij ons bekend sinds de 13de
eeuw – zijn oorsprong hoogstwaarschijnlijk vindt in het
Midden-Oosten, enkele millennia eerder?
Deze korte noot gaat over dit woord ‘noot’ – zowel
de korte aantekening als de muzieknoot, inclusief alle ermee samenhangende
woorden, zoals: noteren, notitie, nota, et cetera.
En wel over de etymologie oftewel de oorspronkelijke herkomst ervan.
Op deze website heb ik al meer geschreven over het Proto-Semitisch
– de taal die feitelijk het Bijbels Hebreeuws is van de vroege delen
van het Eerste Testament van de Bijbel én de gezamenlijke voorouder
van alle Semitische talen. Via archeologische opgravingen zijn deze
taal en zijn mooie, pictografische schrift bekend uit het tweede millennium
voor Christus.1
In dat schrift bestond naar alle waarschijnlijkheid het
woord   – nut,
uitgesproken als noet, of -later- als noot.
De tekens hiervan zijn, van rechts naar links:
- nun (noen): ontkiemend
zaadje; vrucht, nageslacht, ‘wat voortkomt uit’;
- wawu (wawoe):
tentharing, pin met scherpe punt;
- tav (tav of
tau): (kruis-)teken.
De betekenis hiervan is dus: wat voortkomt uit het met een harde stift
(in steen of klei) tekens (tekst) krassen; oftewel: een noot; (korte) aantekening.
In het Arabisch bestaat dit woord nog steeds: نوت - not - muzieknoot,
en نوتة - nota - noot/‘note’;
(korte) aantekening.
In de 13de eeuw belandde dit woord ook in het
Nederlands en Engels; waarschijnlijk via het Latijn en Frans.2
| 1 |
Meer informatie over het hier bedoelde oude Bijbelse
schrift in: André H. Roosma, ‘De geschreven taal van Abraham, Mozes en David –
Pictografische wortels en basisnoties in de structuur van het vroeg-Bijbelse
schrift’ , Hallelu-JaH! werkdocument over het oude
proto-Semitische en Paleo-Hebreeuwse schrift, januari 2011. |
| 2 |
Het is waarschijnlijk aan onkunde t.a.v. het
Proto-Semitisch of aan Grieks/westers dominantie-denken te wijten dat de
meeste etymologische woordenboeken (zoals bijv. P.A.F. van Veen, N.
van der Sijs, Van Dale Etymologisch woordenboek, 1997; M. Philippa
e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 2003-2009;
T. Pluim, Keur van Nederlandsche woordafleidingen, 1911;
zie nota en
noot in
etymologiebank.nl; of de Engelse Online Etymology Dictionary van Douglas Harper,
2001-2011) niet verder terug gaan dan tot afgeleide Latijnse
varianten als nota, notare, noto en notus.
Naar het schijnt ziet men liever dat de wortels van onze taal in
het Grieks en Latijn liggen, dan in een (veel oudere)
oer-taal als het vroeg-Bijbelse Proto-Semitisch... |
Het vorige artikel was:
‘De grote gouden Menorah’.
Het volgende artikel is: Het Shema‘
– de Israëlische geloofsbelijdenis (1).
|