Hallelu-JaH - alle eer aan JaHUaH
  

De veelzeggende Naam van God (31) – Mijn God is JaHUaH

Hij is de God der goden en de Heer der heren!

André H. Roosma
2 feb. 2026

En JaHUaH1 zei tot Mosheh en tot ’Aharon in het land Mitsraïm2: ... Ik zal in deze nacht het land Mitsraïm doortrekken en alle eerstgebore­nen, zowel van mens als dier, in het land Mitsraïm slaan en aan alle goden van Mitsraïm zal Ik gerichten oefenen, Ik, JaHUaH.

Exodus 12: 1, 12

14 Zie, van JaHUaH, uw God, is de hemel, ja, de hemel van de hemelen, de aarde en alles wat daarop is, 15 alleen aan uw voorvaderen heeft JaHUaH Zich verbonden en alleen hen heeft Hij liefgehad, en u, hun nakroost, heeft Hij uit alle volken uitgekozen, zoals dit heden het geval is. 16 Besnijdt dan de voorhuid van uw hart en weest niet meer hardnekkig. 17 Want JaHUaH, uw God, is de God van de goden en de Heer van de heren, de grote, sterke en ontzagwekkende God, Die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt, ...

uit Deuteronomium 10

Zijn er naast JaHUaH, de God van de Bijbel en in Jeshu‘a onze hemelse Vader, nog andere 'goden'? Bovenstaande teksten geven dit duidelijk aan. Ook al belijden wij dat er voor ons maar één God is. We belijden dat, omdat onze God, JaHUaH veruit de hoogste, de grootste is. Hij is uniek in Zijn onmetelijk grote Liefde! Hij is wérkelijk God! Hij is De Schepper van hemel en aarde. Hij regeert over álles. Alleen Hij is alom tegenwoordig. Alleen Hij overziet de tijd.
Al die andere 'goden' zijn door Hem geschapen wezens die in rebellie tegen Hem zijn opgestaan en zelf god zouden willen zijn en als godheid vereerd willen worden, maar het in feite niet zijn. Daarbij: JaHUaH is liefdevol, barmhartig en goed. Dat kon en kan van al die andere zogenaamde 'goden' bepaald niet gezegd worden! Jeshu‘a (Jezus) zei dat Hij gekomen is om ons Léven en overvloed te geven, terwijl die 'anderen' dieven en rovers zijn, die komen om te stelen en te slacjhten en te verdelgen (Joh.10:10). Nogal een groot verschil!

In de tijden waarin de Bijbel werd geschreven, was men zich bewust dat er meerdere goden waren. Elk land en elk volk had zo zijn eigen favoriete goden. En daarnaast vereerden mensen allerlei andere (af)goden – zelfs de mensen die ook de God van de Bijbel, JaHUaH, dienden. De Bijbel vergelijkt dat dienen van andere goden door Isra’el wel met vreemdgaan (zie bijv. het Bijbelboek Hoshe‘a). Het wekt in hun God, JaHUaH, Die hen zó machtig redde, nabij was en zegende, veel jaloezie op, en ook boosheid. Wanneer je zó enorm veel voor iemand gedaan hebt, elkaar eeuwig trouw beloofd hebt en een hechte relatie (als een soort huwelijk) bent aangegaan, en die ander verlaat je en gaat naar een ander die niks waard is, wie zou dan niet jaloers, teleurgesteld en boos zijn? Vandaar dat God al in het begin tegen Zijn volk, Isra’el, zei:

1 Toen sprak God al deze woorden: 2 Ik ben JaHUaH, jullie God, Die jullie uit het land Mitsraïm, uit het diensthuis, geleid heb. 3 Je zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. 4 Je zult je geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat bene­den op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. 5 Je zult je voor die niet buigen, noch hen dienen, want Ik, JaHUaH, je God, ben een jaloerse God, Die de ongerechtigheid van de vaderen aan het licht breng bij de kinderen, bij het derde en bij het vierde geslacht van hen die mij haten, 6 en Die barm­hartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden. 7 Je zult de Naam van JaHUaH, je God, niet leeg [zonder inhoud, of in negatieve zin] gebruiken, want JaHUaH zal niet onschuldig houden wie Zijn Naam leeg gebruikt.

uit Exodus 20

4 Hoor, Isra’el: JaHUaH is onze God, JaHUaH is Één! 5 U zult JaHUaH, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.

uit het Shma‘ van Isra’el, in Deuteronomium 6; vgl. Lukas 10: 27

We zijn bedoeld om te leven in nauwe verbondenheid met God de Vader, JaHUaH. Gehecht aan Hem, Die zó veel voor Israel betekende, en ook zó veel voor ons betekent. Hij heeft er in Jeshu‘a alles aan gedaan.

20 Voor JaHUaH, uw God, zult u groot ontzag hebben, Hem zult u dienen, Hem aanhangen [of: Hem aankleven, je aan Hem hechten] en bij Zijn Naam zweren. 21 Hij is uw lof en Hij is uw God, Die onder u deze grote en ontzag­wekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben. 22 Met zeventig zielen trokken uw voorvaderen naar Mitsraïm, en nu heeft JaHUaH, uw God, u talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

uit Deuteronomium 10

Ja, dit geldt in onze tijd nog steeds. We zijn geroepen tot een innig partnerschap met Jeshu‘a (Jezus), zegt de Bijbel bij monde van Paulus in zijn eerste brief aan de gemeente in Korinthe (1 Korinthiërs 1:9; vgl. Joh.14:23 en Ef.4: ).

Dat betekent ook dat we alle eventuele banden met andere goden afzweren, en ons totaal onthouden van elke vorm van associatie met of dienst aan hen, net zo als Isra’el dat moest. En dát betekent, dat we de (af)goden in ons leven als zodanig moeten gaan zien en herkennen. Dat betreft sowieso alles wat ons afhoudt van of enigszins hindert in onze toewijding aan God De Vader en aan Jeshu‘a. Dat kan van alles zijn: ons werk, hobby's, verslavingen aan alcohol, koekjes, drugs, cigaretten of porno; ja, zelfs op zich gezonde zaken als sporten of eten, of bezig zijn in een gemeente, kunnen een afgod worden en een middel van een afgod om ons bij God vandaan te trekken. En áchter al die dingen is het zó dat al die oude afgoden er nog steeds zijn - levend en actief. Bij de farizeeën zagen we in de omgang van Jeshu‘a met hen, dat religieus wetticisme voor hen een afgod was geworden, die voorkwam dat ze barmhartig konden zijn en Jezus als Gods Zoon en als de beloofde Messias herken­nen.
Het liefst blijven deze afgoden, deze duistere machten, onopgemerkt ('onder de radar'), zodat ze stil en op de achtergrond hun vernietigende werk kunnen doen in ons leven en zó de komst van Gods Koninkrijk in en door ons heen zo veel moge­lijk tegenwerken. Want, ja, er is geen 'neutrale grond'; we zitten midden in een geestelijke strijd. God is keihard bezig, Zijn Koninkrijk te vestigen en de tegen-machten zijn druk bezig om dat zo veel mogelijk te hinderen, juist omdat ze weten dat ze weinig tijd meer hebben (Opb.12:12; Ps.2:2). Ja, we hebben het hier over dezelfde duistere machten en boze geesten als waarover Paulius in zijn brief aan de gemeente in Efeze schrijft:

10 Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte van Zijn macht. 11 Doet de wapenrusting van God aan, om te kunnen standhouden tegen de verlei­dingen van de verdeeldheid-zaaier, 12 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. 13 Neemt daarom de wapenrusting van God, om weer­stand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebben­de, stand te houden. 14 Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser van de gerechtigheid, 15 de voeten ge­schoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie van de vrede, 16 neemt bij dit alles het schild van het geloof ter hand, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven, 17 en neemt de helm van het heil aan en het zwaard van de Geest, dat is het Woord van God. 18 En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen, ...

uit Efeze 6; vgl. Ef.2:1-3; Kol.3:5-9; 2 Kor.4:3-4.

Ik zei zo-even: er is geen neutrale grond. We dienen óf de God van de Bijbel, Die Zich in het Eerste Testament liet kennen als JaHUaH, óf allerlei afgoden.3 Ik zie dat ook in deze tijd, waarin je hetzelfde ziet als wat Paulus beschreef in zijn brief aan de christenen in Rome:

16 Want ik schaam mij het Evangelie niet, want het is een kracht van God tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. 17 Want gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, net zo als geschreven staat: de rechtvaardige zal uit geloof leven. 18 Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, 19 daarom dat wat van God gekend kan worden in hen open­baar is, want God heeft het hun geopenbaard. 20 Want wat van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. 21 Immers, hoewel zij God kenden, heb­ben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggin­gen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onver­standig hart. 22 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, 23 en zij hebben de majes­teit van de onvergankelijke God vervangen door wat gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. 24 Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. 25 Zij immers hadden de waarheid van God vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. 26 Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuur­lijke. 27 Even­eens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opge­geven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand, als mannen met mannen schandelijk­heid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. 28 En omdat zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: 29 vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaar­dig­heid, 30 oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedi­gen, groot­sprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam, 31 onver­standig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. 32 Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven. ...

uit Romeinen 1; vgl. Ef.4:17-20

De God van de Bijbel verheerlijken en danken boven alles, is dus essentieel! Dát is onze taak als mensen, en zodra we Hem leren kennen, zien we dat Hij het meer dan waard is om werkelijk als God en als Schepper en Redder door ons geëerd en geprezen te worden. Doen we dat niet, of gebrekkig - bijvoorbeeld doordat we innerlijk wat verdeeld zijn, dan heeft dat grote consequenties. Daarom willen we toch elk bolwerk dat zich in ons denken tegen Hem opstelt, uit de weg ruimen (2 Kor.10:4-5) en elke invloed van de tegenstander radicaal afwijzen?! Onze God en hemelse Vader JaHUaH is het zó veel meer dan waard om Zijn grootheid, Zijn almacht, en vooral ook om Zijn enorme Liefde en barmhartigheid! Dan komen we terecht bij wat ik eerder beschreef als het huah of hawah léven: leven in verwon­dering, overgave en blijde aanbidding voor JaHUaH Die ons dát Léven geeft! (zie ‘HaWaH - Léven – Léven zoals God JaHUaH het bedoelde’).

Nu rijst bij u wellicht nog de vraag: waarom staat deze studie in de reeks van arti­kelen over de heerlijke Naam van de God van de Bijbel, JaHUaH? Welnu, als ik in een groot gezelschap ben en iemand roept 'die meneer', dan kan ik me aange­sproken voelen, maar honderden andere mannen net zo goed ook. Alleen als iemand mijn naam, André Roosma, roept, weet iedereen dat alleen ik bedoeld ben, en zal ik reageren. In de geestelijke wereld is het niet anders. In de Bijbel zien we dat veel afgoden 'heer' genoemd worden – in het Hebreeuws: ba‘al (soms met lidwoord: ha-ba‘al - de heer, soms in het meervoud: ba‘alim - (de) heren).4 Drie voorbeelden: Ba‘al Tsephón - heer van het noorden (in Ex.14:2,9 zien we een plaats die naar hem vernoemd was), Ba‘al Pe‘or - heer van de kloof (Num.25:3), Ba‘al Berit - heer van het verbond (Richt.8:33).
In feite wil elke afgod wel 'Heer' genoemd worden en voelt elke afgod zich wel aangesproken als we lof toezingen aan 'de Heer'. Is dat wat we willen? Wordt het dan niet tijd dat we duidelijk zijn en zeggen Wie we bedoelen?

Heel ingrijpend wordt het, wanneer we het Hebreeuwse woord ba‘al gewoon vertalen in de tekst uit 1 Koningen 18:21, waar ’Eli-Jahu5 de afgoderij van ’Achab, ’Izebel (het -bel in haar naam komt van ba‘al) en het hele volk confronteert:

21 Toen naderde ’Eli-Jahu tot het hele volk en zei: Hoelang zult u aan beide zijden mank gaan? Indien JaHUaH God is, volgt Hem na; maar indien het 'de heer' is, volgt hem na. Maar het volk antwoordde hem niets.

Gelukkig eindigt het verhaal daar niet:

22 Verder zei ’Eli-Jahu tot het volk: Ik ben als profeet van JaHUaH alleen overgebleven, en de profeten van ba‘al (de heer) zijn vierhonderd vijftig man. 23 Laat men ons nu twee stieren geven; laten zij voor zich de ene stier uitkiezen, die aan stukken houwen en op het hout leggen, maar geen vuur daarbij aan­brengen, dan zal ik de andere stier bereiden, op het hout leggen en ook geen vuur daarbij aanbrengen. 24 Roept u dan de naam van uw god aan, en ik zal de naam van JaHUaH aanroepen. De God Die met vuur zal antwoor­den, Die zal God zijn. En het hele volk antwoordde: Dat is goed. 25 Daarna zei ’Eli-Jahu tot de profeten van ​ba‘al: Kiest voor u de ene stier uit en bereidt hem eerst, want u bent met zovelen. Roept dan de naam van uw god aan, maar brengt geen vuur daarbij. 26 Toen namen zij de stier die hij hun gaf, bereidden hem, riepen van de morgen tot de middag de naam ba‘al aan en zeiden: ba‘al, antwoord ons! Maar er kwam geen geluid en niemand gaf antwoord. Daarbij hinkten zij om het altaar dat zij gemaakt hadden. 27 Toen het middag was geworden, begon ’Eli-Jahu hen te bespotten en zei: Roept luider, want hij is immers een god. Hij is zeker in gepeins, of hij heeft zich afgezonderd, of hij is op reis, misschien slaapt hij en moet wakker worden. 28 Toen riepen zij luider en maakten zich naar hun gewoonte insnijdingen met zwaarden en speren, totdat zij dropen van bloed. 29 En het gebeurde, zodra de middag voorbij was, tot tegen het brengen van het avondoffer, dat zij in geestvervoering geraakten, maar er kwam geen geluid, en niemand gaf antwoord, of sloeg er acht op. 30 Toen zei ’Eli-Jahu tot het hele volk: Nadert tot mij. En het hele volk naderde tot hem. Daarop herstelde hij het altaar van JaHUaH, dat omvergehaald was. 31 ’Eli-Jahu nam twaalf stenen naar het getal van de stammen van de zonen van Ja‘aqob, tot wie het Woord van JaHUaH gekomen was: Isra’el zal jouw naam zijn. 32 Hij bouwde met de stenen een altaar in de Naam van JaHUaH, en maakte rondom het altaar een greppel zo wijd als twee maten zaad. 33 Hij schikte het hout, hieuw de stier aan stukken en legde die op het hout. 34 Toen zei hij: Vult vier kruiken met water en giet ze uit over het brandoffer en over het hout. Daarna zei hij: Doet het nog eens. En zij deden het voor een tweede keer. Daarna zei hij: Doet het nog eens. En zij deden het voor een derde keer, 35 zodat het water rondom het altaar liep, zelfs de greppel vulde hij met water. 36 En het gebeurde op de tijd, dat men het avondoffer brengt, dat de profeet ’Eli-Jahu naar voren trad en zei: JaHUaH, God van ’Abraham, Jitschaq en Isra’el, vandaag moge bekend worden, dat U God bent in Isra’el, en dat ik Uw knecht ben, en op Uw bevel al deze dingen doe. 37 Antwoord mij, JaHUaH, antwoord mij, opdat dit volk zal weten, dat U, JaHUaH, God bent, en dat U hun hart weer terugdraait. 38 Toen schoot er vuur van JaHUaH neer en verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en de aarde, en likte het water in de greppel op. 39 Toen het hele volk dat zag, wierpen zij zich op hun aangezicht en zeiden: JaHUaH, Die is God! JaHUaH, Die is God! 40 Daarop zei ’Eli-Jahu tot hen: Grijpt de profeten van ba‘al, laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en ’Eli-Jahu voerde hen naar de beek Kison en liet hen daar slachten.

Wát een heerlijke en majestueuze manifestatie van JaHUaH! Stel je voor, dat je daar bij stond, heel die dag. Zeer indrukwekkend!

Mensen hebben mij wel eens gezegd: „Maar je kunt God toch niet gewoon zomaar bij Zijn Heilige Naam noemen?” Wel dát is nou precies wat ’Eli-Jahu hier wél deed, en JaHUaH verhoorde zijn gebed, en hoe!

Hallelu JaHUaH !

Alleen aan JaHUaH zij alle eer!


Noten

1 De glorierijke Naam van God, JaHUaH geef ik hier zo goed mogelijk weer vanuit het oudste Hebreeuwse origineel.
Voor meer achtergrond informatie over deze glorierijke Naam van God, zie: André H. Roosma, ‘De wonderbare en liefelijke Naam van de God Die er was, Die er is, en Die er zijn zal.pdf document, uitgebreide Accede!/Hallelu-JaH! studie (ca. 90 p.), juli 2009.
2 Mitsraïm is de naam die de Hebreeuwse grondtekst geeft aan dit land, dat wij beter kennen als Egypte. In het Arabisch heet het nog steeds Mitsr (in het Egyptische dialect van het Arabisch: Matsr). De naam Egypte komt uit het Grieks, en heeft een afgodische oorsprong. Daarom gebruik ik liever gewoon de Bijbelse naam Mitsraïm.
In het algemeen gebruik ik in mijn Bijbel-vertaling het liefst een nauwkeurige transliteratie van de namen vanuit de grondtekst. Voor de regels die ik daarbij hanteer, zie het inlei­dende artikel over namen: ‘Namen in de Bijbel (1) Inleiding’, 18 juli 2014.
3

Wat je wél tegenkomt, is dat een deel van een persoon zich helemaal tot God bekeerd heeft en Hem wil dienen, terwijl een ander deel dat (nog) niet wil. Dit komt door verdeeldheid in onze persoonlijkheid die soms is ontstaan door emotionele trauma's. We moeten er dan naar streven, geheel tot heelheid en eensgezinde toewijding aan God te komen. Dat kan door de Heilige Geest te vragen, ons de grond-oorzaken van deze innerlijke verdeeldheid te laten zien, en er bewust Gods genezing in te ontvangen. Jeshu‘a (Jezus) is gekomen, om dit soort 'werken van de tegenstander' te verbreken (1 Joh.3:8) alle gebrokenheid te helen en ons van elke gebondenheid te bevrijden (Jes.61:1; Eze.36:25-26).

4 Het Hebreeuwse woord ba‘al is, net als ons woord 'heer', in feite een titel, geen naam. Vandaar dat God in Hos.2:17 over een moment in de toekomst van Isra’el kan zeggen: Ja, ik zal de namen van de ba‘als verwijderen uit haar mond, hun naam zal niet meer genoemd worden.
5 De naam van deze profeet is veelzeggend, daarom schrijf ik hem ook zo nauwkeurig mogelijk vanuit het Hebreeuws getranslitereerd: ’Eli-Jahu. ’El = God, ’Eli = mijn God, JaHU = verkorte vorm van Gods heerlijke Naam JaHUaH. In heel het gebeuren zoals hier beschreven zorgde God er door hem weer voor dat iedereen in het hele volk weer ging zeggen mijn God is JaHUaH. Zijn naam was een samenvatting van het grootste gebeuren in heel zijn bediening als profeet.

Er zijn veel liederen die mooi de grootheid van God JaHUaH bezingen, maar het is zó jammer dat ze niet zeggen over Wie ze zingen. Het is alleen een gevoel, een gedachter erbij dat het over de Goede God gaat. Ik denk hier aan veel oudere liederen, maar bijvoorbeeld ook aan het moderne lied Yours van Elevation Worship. Mooi qua woorden en muziek, maar op een enkel Hallelu-YaH na, in feite niet heel duidelijk... En het is zo gemakkelijk om in zo'n lied De Heerlijke Naam JaHUaH wél te noemen zoals in bovenstaande Bijbel-gedeelten!

In Jirme-Jahu (Jeremia) 23 is God JaHUaH zeer boos op een grote groep valse profeten, die er een losbandige levensstijl op nahouden en zeggen dat ze in Zijn Naam profeteren, terwijl dat duidelijk niet het geval is (ze profeteren door 'de heer' - ba‘al - vers 13). Eén van de aan­klach­ten van JaHUaH tegen hen is (vers 26-27), dat ze “erop bedacht zijn Mijn volk Mijn Naam te doen vergeten door hun dromen, die zij elkaar vertellen, evenals hun voorouders Mijn Naam hebben vergeten door 'heer' (ba‘al)?”
Ik vraag hierbij: Als je dit leest, is voor God Zijn Naam JaHUaH dan onbelangrijk? En: Heeft de geschiedenis zich herhaald, hebben wij Gods Naam JaHUaH vergeten doordat vertalers Hem vervangen hebben door 'HEER'? Hoe denkt u, dat JaHUaH daarover denkt, tegen de achter­grond van dit Bijbelgedeelte?


Reacties

Uw reacties (vragen, aanvullingen, suggesties) zijn welkom via e-mail !


Hier vindt u alle vorige delen in deze serie De veelzeggende Naam van God.

 
home  home ,  nieuws index  ,  artikelen index

  
  

Bedankt voor uw belangstelling!

©  copyright: André H. Roosma  , Accede!, Soest, 2026; alle rechten voorbehouden.