Psalm 101
een lied van goedertierenheid en recht

André H. Roosma
17 dec. 2025

We leven in roerige tijden. Een demissionair kabinet en nog geen uitzicht op een goed volgend kabinet. Besluiten, door goddelozen van D66 en VVD ingezet (zoals over het gebruik van ongeboren babies voor onderzoek) die zelfs door mensen van het CDA worden bekrachtigd. Er is dus heel dringend behoefte aan terugkeer naar de God van Israël: JaHUaH.1 En naar een goede, integere regering die God de eer geeft die Hem toekomt. En dan is er in de Bijbel deze Psalm, dit lied-op-muziek. De Herziene Staten­Vertaling zet er boven: Regeringsverklaring. Hier geeft David duidelijk aan, welke principes hij hanteert in zijn leven en regeren, en hoe hij in alles aan JaHUaH vast­houdt.

Hieronder eerst weer de rijke tekst van deze mooie Psalm; zowel het Hebreeuwse origi­neel, als een nauwkeurige Nederlandse vertaling. Daaronder geef ik wat toe­lichting, vooral vanuit de bredere of diepere grondbetekenissen van de Hebreeuwse woorden die David hier gebruikt.

 1 Van David. Een lied op muziek. Van goeder­tierenheid en recht wil ik zingen, voor U, JaHUaH, wil ik zingen en musiceren. לְדָוִ֗ד מִ֫זְמ֥וֹר חֶֽסֶד־וּמִשְׁפָּ֥ט אָשִׁ֑ירָה לְךָ֖ יְהוָ֣ה אֲזַמֵּֽרָה׃
 2 Ik zal goed opletten op de hele weg [of: op de weg van integriteit]. Wanneer zult U tot mij komen? Ik wandel met een integer hart binnen mijn huis [of: 'in mijn gezin' - 'mijn huis' kan ook ruimer opgevat kan worden, tot en met 'mijn land']; אַשְׂכִּ֤ילָה ׀ בְּדֶ֬רֶךְ תָּמִ֗ים מָ֭תַי תָּב֣וֹא אֵלָ֑י אֶתְהַלֵּ֥ךְ בְּתָם־לְ֝בָבִ֗י בְּקֶ֣רֶב בֵּיתִֽי׃
 3 ik stel geen waardeloze dingen voor mijn ogen, ik haat het doen van de afvalligen, het kleeft mij niet aan. לֹֽא־אָשִׁ֨ית ׀ לְנֶ֥גֶד עֵינַ֗י דְּֽבַר־בְּלִ֫יָּ֥עַל עֲשֹֽׂה־סֵטִ֥ים שָׂנֵ֑אתִי לֹ֖א יִדְבַּ֣ק בִּֽי׃
 4 Een verkeerd hart wijke verre van mij, het slechte wil ik niet kennen. לֵבָ֣ב עִ֭קֵּשׁ יָס֣וּר מִמֶּ֑נִּי רָ֝֗ע לֹ֣א אֵדָֽע׃
 5 Wie zijn naaste achter zijn rug om lastert, die zal ik verdelgen, wie trots van ogen en te ruim van hart is, die duld ik niet. מלושני מְלָשְׁנִ֬י בַסֵּ֨תֶר ׀ רֵעֵהוּ֮ אוֹת֢וֹ אַ֫צְמִ֥ית גְּֽבַהּ־עֵ֭ינַיִם וּרְחַ֣ב לֵבָ֑ב אֹ֝ת֗וֹ לֹ֣א אוּכָֽל׃
 6 Mijn ogen zijn op de getrouwen in het land om bij mij te wonen, wie de weg van integriteit bewandelt, die zal mij dienen. עֵינַ֤י ׀ בְּנֶֽאֶמְנֵי־אֶרֶץ֮ לָשֶׁ֢בֶת עִמָּ֫דִ֥י הֹ֭לֵךְ בְּדֶ֣רֶךְ תָּמִ֑ים ה֝֗וּא יְשָׁרְתֵֽנִי׃
 7 Binnen mijn huis zal geen bedrieger wonen, de leugenspreker zal niet bestaan voor mijn ogen. לֹֽא־יֵשֵׁ֨ב ׀ בְּקֶ֥רֶב בֵּיתִי֮ עֹשֵׂ֢ה רְמִ֫יָּ֥ה דֹּבֵ֥ר שְׁקָרִ֑ים לֹֽא־יִ֝כּ֗וֹן לְנֶ֣גֶד עֵינָֽי׃
 8 Elke morgen zal ik verdelgen alle kwaad­aardigen van het land, en uit de stad van JaHUaH uitroeien alle bedrijvers van ongerechtigheid. לַבְּקָרִ֗ים אַצְמִ֥ית כָּל־רִשְׁעֵי־אָ֑רֶץ לְהַכְרִ֥ית מֵֽעִיר־יְ֝הוָ֗ה כָּל־פֹּ֥עֲלֵי אָֽוֶן׃
 

Psalm 101

In vers 1 geeft David aan dat hij voor JaHUaH wil zingen, een lied van goedertieren­heid en recht. Daar gaat het hier over. Goedertierenheid (Hebreeuws: chesed) - dat is gericht zijn op léven voor de ander, ook al is dat onverdiend. En recht (mishpat) - dat er recht geschiedt en het kwaad en geweld wordt gestopt en gestraft. Daardoor wil David zich laten leiden in zijn leven en regeren.

David zoekt op heel zijn weg, dat wil zeggen in heel zijn doen en laten integriteit, heelheid. Dat is vers 2. Want hij wil dat God met hem is.

David wil niets van doen hebben met waardeloze praktijken die voor niets goeds dienen (andere vertalingen hebben hier wel: 'verdorven praktijken' o.i.d., maar het Hebreeuws spreekt, zo letterlijk mogelijk vertaald, van 'waardeloze praktijken'). Ook heeft hij part nog deel aan degenen die afwijken van de goede wegen.

Het 'verkeerde hart' (lebhabh iqqesh) in vers 4 gaat vooral over mensen die de boel in hun hart verdraaien - daar wil David zich verre van houden. Ook het kwade / slechte wil hij niet eens kénnen!

Geen gepraat achter iemands rug om, en ook geen hooghartigheid of trots van ogen wil David. Wat opvalt is het laatste stukje van vers 5: hij duldt het niet als mensen té ruim van hart / té ruim denkend (het Hebreeuwse rachab betekent letterlijk 'ruim', en niet 'trots' o.i.d.) zijn en van alles dus maar goedpraten.

Hij omringt zich dus liefst met trouwe en integere mensen. Dat zijn de kwaliteiten die hij ook voor zichzelf nastreeft. Met leugens en bedrog moet je niet bij hem aankomen!

Waar wij kool en geit willen sparen, in ons poldermodel iedereen zijn opinie mag hebben (en desnoods vrijwel ongestraft met geweld anderen opleggen), doet David alle kwaadaardigen en alle bedrijvers van ongerechtigheid weg. Want deze stad, zegt hij, is van JaHUaH! En daar past dus geen kwaad of ongerechtigheid!

Hallelu JaHUaH !


Noten

1 De glorierijke Naam van God geef ik hier zo goed mogelijk weer vanuit het oudste Hebreeuwse origineel. Voor meer achtergrond informatie over deze glorierijke Naam van God, JaHUaH, zie:
André H. Roosma, ‘De wonderbare en liefelijke Naam van de God Die er was, Die er is, en Die er zijn zal.pdf document, uitgebreide Accede!/Hallelu-JaH! studie (ca. 90 p.), juli 2009.

Reacties

Uw reacties (vragen, aanvullingen, suggesties) zijn welkom via e-mail !


 
home  home ,  nieuws index  ,  artikelen index

  
  

Bedankt voor uw belangstelling!

©  copyright: André H. Roosma  , Accede!, Soest, 2025; alle rechten voorbehouden.