Het oorspronkelijke aleph-beth
André H. Roosma 31 december 2011 (2 april 2012)
Het Bijbels Hebreeuws en alle andere Semitische talen hebben
in en vóór het tweede millennium voor Christus
één gezamenlijke voorouder.
Deze proto-taal is grotendeels te reconstrueren uit de verschillende
Semitische talen, en wordt Proto-Semitisch genoemd.
Van het bijbehorende schrift zijn een aantal voorbeelden bij
archeologische opgravingen ontdekt.
Ook deze bieden enige aanknopingspunten voor het reconstrueren van het
Proto-Semitisch.
Het leuke van dit schrift is dat het in oorsprong een pictografisch
schrift was.
Een tekst was daarmee leesbaar als een eenvoudig plaatjes-boek.
Hier was tot voor 2011 nog weinig fundamenteel onderzoek naar gedaan.
Vanuit Hallelu-JaH is dit onderzoek wel opgepakt, en met verrassende
resultaten.
Deze zijn vervat in een uitgebreid onderzoeksrapport.1
Het Proto-Semitische schrift evolueerde in de laatste eeuwen van het
tweede millennium voor Christus naar een alfabet-schrift, dat van rechts
naar links werd geschreven.
Dit werd rond 1000 BC de basis voor onder meer het Paleo-Hebreeuwse, het
Moabitische, het vroeg-Aramese, en het Fenicische schrift.
De Feniciërs waren een zeevarend volk – ze leefden van de
internationale handel – en hebben dit schrift ook in Griekenland
geïntroduceerd.
De Grieken namen het grotendeels over, alleen spiegelden zij enkele
symbolen toen ze in de loop van de tijd van links naar rechts gingen
schrijven.
Later werden de lettertekens weer wat aangepast overgenomen in het
Latijnse schrift dat wij nog steeds hanteren en in het Cyrillische
schrift (dat o.a. in Rusland wordt gebruikt).
Zo is het Proto-Semitische schrift dus de voorouder van bijna alle
alfabet-schrift-soorten in de wereld.
Voor de eenvoud geef ik hieronder een overzicht van de 22 belangrijkste
symbolen uit het Proto-Semitische schrift, met de belangrijkste betekenissen
en de letters uit de Hebreeuwse, Griekse en Latijnse alfabetten die eruit
ontstaan zijn.
De vorm van de symbolen heb ik als een soort grootste gemene deler
afgeleid uit alle vormen die in de gevonden handschriften voorkomen.
Waar meerdere gelijkwaardige varianten voorkwamen heb ik die gekozen die zich
later in het Paleo-Hebreeuws en Fenicisch het meest bestendigd heeft.
| letter | symbool
voor | notie / betekenissen |
Hebr. vierkant-schrift | Grieks | Latijn |
 |
ossekop |
eerste, belangrijkste, dierbaarste |
א |
Α/α |
A/a |
 |
tent/huis (plattegrond) |
huis, familie, lichaam, vaas, doos, ‘in’ |
ב |
Β/β |
B/b |
 |
voet/been |
voet, gaan, transport |
ג |
Γ/γ |
C/c, G/g |
 |
deur |
deur, bewegen, binnengaan |
ד |
Δ/δ |
D/d |
 |
figuur met geheven handen en gebogen knieën |
aanbidden, loven, vreugde, vieren, ontzag, verbazing, verrassing,
leven |
ה |
Ε/ε |
E/e |
 |
tentharing, pin |
zekerheid, verbondenheid, veiligheid, verbinden, verzekeren,
beveiligen |
ו |
Υ/υ, Ϝ/ϝ |
U/u, V/v, W/w, Y/y, F/f |
 |
zeis |
zeis, mes, zwaard, instrument (tool), metaal, snijden, hakken,
stralen |
ז |
Ζ/ζ |
Z/z |
 |
tent-paneel/wand |
tent-paneel/wand, afscheiding, grens, limiet, huid, vlees, leer,
buitenkant |
ח |
Η/η, Χ/χ |
H/h, Ch/ch |
 |
aardewerken mand |
aardewerken mand, omhulling, aarde(werk), klei, omhullen, draaien |
ט |
Θ/θ |
(Th) |
 |
arm met open hand |
hand, arm, Hij (God) geeft, werken, geven |
י |
Ι/ι |
I/i, J/j |
 |
geheven hand |
geheven, zegenende of gebiedende gezagshand, gezag, zegenen,
gebieden |
כ,ך |
Κ/κ |
K/k |
 |
herdersstaf |
herdersstaf, herder, leider, leiden, weiden |
ל |
Λ/λ |
L/l |
 |
water |
water, overvloed, vloeistof (water, melk, etc.), meervoud |
מ,ם |
Μ/μ |
M/m |
 |
ontkiemend zaadje |
ontkiemend zaadje, zaad, nakomeling(en), wat voortkomt uit,
generaties |
נ,ן |
Ν/ν |
N/n |
 |
palmboom |
palmboom (dadelpalm), versterken, vruchtbaarheid, leven,
troon van God (symbool van boom des levens), dadel(s),
verzoeking |
ס,שׂ |
Ξ/ξ |
X/x |
 |
oog |
oog, zien, toezien op, inzicht |
ע |
Ο/ο |
O/o |
 |
mond, wind |
mond, neus, wind (luchtstroming), opening, open plek,
waaien |
פ,ף |
Π/π, Φ/φ2 |
P/p |
 |
plant (riet-achtig) |
plant (i.h.b. papyrus, zegge, graan), persen, uitpersen,
uitknijpen, ontwateren, dorst |
צ,ץ |
- |
- |
 |
opgaande zon |
opgaande zon, opgaan, rondgaan, cirkel, heen-en-weer gaan, branden |
ק |
Ϙ/ϙ |
Q/q |
 |
gezicht van opzij |
(hogere) ander / Ander (God) |
ר |
Ρ/ρ |
R/r |
 |
borsten |
moederlijke borsten, bron, voeding, eten |
שׁ |
Σ/σ |
S/s |
 |
kruis-teken |
kruis, teken, onderschrift, bevestiging, einde |
ת |
Τ/τ |
T/t |
Voor meer achtergronden over de vroege geschiedenis van
het Bijbels Hebreeuwse aleph-beth, zie bijvoorbeeld:
- Op de Spaanse site van PROEL:
- Van de Australische wetenschapper Brian E. Colless:
Het vorige artikel was: ‘Het
Licht van Kerst’.
Het volgende artikel is: ‘De Palmboom in de Bijbel (1) Symbool van de boom des
levens’.
|