Het Shema‘
– de Israëlische geloofsbelijdenis (1)
André H. Roosma
28 januari 2012
In de geloofsbeleving van Israël – zowel Israël in
Bijbelse tijden, als gelovige joden en samaritanen nu – speelt
het שׁמע -
Shema‘ uit Deuteronomium 6 een grote rol.
Die geloofsbelijdenis begint in de Masoretische tekst als volgt
(vers 4):
שְׁמַע
יִשְׂרָאֵל
יְהוָה
אֱלֹהֵינוּ
יְהוָה
אֶחָד
Of, in de oudere handschriften:1
שׁמע
ישׂראל
אלהינוּ
אחד
„Shema Jisraél, JaHUaH
Elohainu, JaHUaH ’echad!”
„Hoor, o Israël, JaHUaH
onze God, JaHUaH is één!”
Het belangrijkste woord in deze zinnen is wel de glorierijke Naam van God.
Op die heerlijke Naam ben ik elders al uitgebreid ingegaan.1
Daarna is ook het eerste woord: שׁמע - Shema‘
de moeite waard om even nader te bekijken.
Ieder die enige studie van het Hebreeuws heeft gemaakt, weet dat dit
woord een verband heeft met het Hebreeuwse woord voor naam: שׁם - shem.
Daarachter staat een letter ע -
ajin.
Oorspronkelijk was dit het pictografische symbool -
ajnu - oog, zien, zicht.2
שׁמע -
Shema‘ laat zich daarom ook vertalen als
‘de Naam (i.e. Gods aanwezigheid) zien’!
Dat in het vervolg de glorierijke Naam van God twee keer verschijnt,
is niet toevallig!
Bijna al Gods aanwijzingen beginnen met een herinering aan die
veelbetekenende Naam, Die Gods aanwezigheid bij ons verkondigt.
Hoe kunnen we ook maar iets goeds doen zonder Zijn aanwezigheid?
We kunnen nog iets dieper graven.
Het woord שׁמע
in zijn geheel werd oorspronkelijk zó geschreven:
  .
De karakters daarin staan voor:
- borst(en), bron;
- water, overvloed;
- oog, zien,
zicht.
In zijn geheel is dit op te vatten als: ‘de Bron van
water/overvloed zien’. Wie is die Bron van water/overvloed?
Alleen de God van de Bijbel en Zijn Zoon Jezus Christus!
Je oog richten op de Bron van levend water; de Bron van overvloed –
een bijzonder mooi begin van deze geloofsbelijdenis!
Het doet me denken aan de woorden van Johannes de doper: „Zie, het Lam Gods, Dat de zonde van de wereld
wegneemt.” (Johannes 1: 29).
| 1 |
In oude handschriften uit de laatste eeuwen voor
Christus (zoals gevonden in Qumran) wordt de glorierijke Naam van God weergegeven in het oude
Paleo-Hebreeuws. Dit is het schrift dat zich in de laatste eeuwen van
het tweede millennium voor Christus geleidelijk aan ontwikkelde uit het
oorspronkelijke, pictografische schrift dat we Proto-Semitisch noemen.
Het Paleo-Hebreeuwse schrift werd pas in de vijfde eeuw voor Christus door
de joden vervangen door het Hebreeuwse vierkantschrift, dat feitelijk van
Aramese (Babylonische) oorsprong was.
Betreffende de glorierijke Naam van God, zie:
André H. Roosma, ‘Leven, veiligheid en
verbondenheid in blijde aanbidding, uit de hand van God’,
Hallelu-JaH! webartikel, januari 2011.
André H. Roosma, ‘De wonderbare en liefelijke Naam van de
God Die er was, Die er is, en Die er zijn zal’ , uitgebreide Accede!/Hallelu-JaH!
studie (ca. 75 p.), juli 2009. |
| 2 |
Meer informatie over het hier bedoelde vroeg-Bijbelse
schrift in: André H. Roosma, ‘De geschreven taal van Abraham, Mozes en David –
Pictografische wortels en basisnoties in de structuur van het vroeg-Bijbelse
schrift’ , Hallelu-JaH! werkdocument over het oude
proto-Semitische en Paleo-Hebreeuwse schrift, januari 2011. |
|